TNO-methodiek belastende werkkenmerken

Waarom deze methodiek?

Cao-partijen bepalen zelf welke functies in aanmerking komen voor de RVU. De afspraak is dat de keuze gebaseerd is op objectieve criteria. Om de keuze te maken kunnen cao-partijen een eigen aanpak of methodiek gebruiken of met de voorliggende TNO-methodiek bepalen wat de belastende elementen in het werk zijn.

Voor wie is deze methodiek bedoeld?

Voor gebruik van deze methodiek is expertise vereist op het gebied van gezond en veilig werken. Denk daarbij aan de volgende disciplines (of vergelijkbare expertise, door opleiding of praktijkervaring verkregen):

  • een (arbeids- en organisatie)psycholoog voor psychosociale belasting, cognitieve belasting en werktijden;
  • een bewegingswetenschapper, (fysiek) ergonoom of bedrijfsfysiotherapeut voor fysieke belasting;
  • een (hogere) veiligheidskundige of arbeidshygiënist voor omgevingsbelasting;
  • een bedrijfsarts voor de werkbelasting in brede zin.

Hoe werkt de TNO-methodiek belastende werkkenmerken?

Het doel van deze methodiek is om – op functieniveau – belastende werkkenmerken systematisch in kaart te brengen, waarmee de methodiek waardevolle input biedt voor sectoren om het gesprek aan te gaan over zwaar werk en duurzame inzetbaarheid. De methodiek sluit aan op het toetsingskader, dat het TNO Expertisecentrum Zwaar Werk hanteert voor het valideren van de afbakeningen van RVU-regelingen door cao-partijen. Er zijn vijf hoofdthema’s (belastingsvelden) met daarbinnen verschillende werkkenmerken, waarover vragen worden gesteld. Beantwoording van alle vragen resulteert in een overzicht van de belastende werkkenmerken in de betreffende functie. Aan het eind van de TNO-methodiek kunt u aangeven of, en zo ja welke, functies of werkkenmerken door cao-partijen geselecteerd worden voor een RVU-afbakening. Alleen die functies of werkkenmerken dient u in ter validering, de overige functies of werkkenmerken blijven buiten beschouwing.

Wat zijn de uitgangspunten bij de beoordeling?

De beoordeling vindt plaats op functieniveau. Kort samengevat hanteren we de volgende uitgangspunten bij de methodiek.

Het gaat om niet vermijdbare ‘restrisico’s’ die inherent zijn aan de functie. Dat betekent dat:

  • er uitgegaan moet worden van de blootstelling aan overbelasting of gevaar die resteert, rekening houdend met aanpassingsmogelijkheden zoals beschermingsmiddelen of hulpmiddelen;
  • als geen gebruik wordt gemaakt van beschikbare aanpassingsmogelijkheden, terwijl er geen (praktische) belemmeringen zijn om deze te gebruiken, er uitgegaan wordt van de situatie MET gebruik van deze aanpassingsmogelijkheden;
  • risico’s die voortkomen uit de wijze waarop het werk is georganiseerd of de wijze waarop de werkomgeving is ingericht, buiten beschouwing worden gelaten. Dit zijn risico’s die in een RI&E opgenomen zouden moeten zijn en, volgens de stand der techniek en via de arbeidshygiënische strategie, weggenomen of verminderd kunnen worden. De bedrijfscontext van de functie wordt dus niet meegenomen in het oordeel;
  • bij de toepassing van stand der techniek mag worden uitgegaan van het redelijkerwijs-principe dat ook in de Arbowet gehanteerd wordt, wat betekent dat er rekening mee gehouden wordt dat beschikbare maatregelen niet altijd toegepast kunnen worden, bijvoorbeeld vanwege onevenredig hoge aanschafs- of gebruikskosten, gebrek aan praktische toepasbaarheid, of door krapte op de arbeidsmarkt;
  • De methodiek is niet statisch, maar kan periodiek op basis van nieuwe kennis worden bijgesteld.

Aan de slag

Als u nog geen vooraanmelding heeft gedaan vul dan eerst het vooraanmeldingsformulier in om instructies te ontvangen over de toegang tot het aanvraagformulier.

Via onderstaande knop komt u bij het online platform voor validatie van de afbakening van RVU-functies. U kunt de TNO-methodiek gebruiken door eerst enkele vragen in het aanvraagformulier te beantwoorden. Op deze manier worden gegevens opgeslagen. Dat betekent niet dat er ook (meteen) een aanvraag moet worden ingediend. Dat hoeft pas als duidelijk is, en aan het eind van de TNO-methodiek is aangegeven, welke functies sociale partners in aanmerking willen laten komen voor RVU.